Ancienne Belgique, 24 februari 2011
Mike Noga kwam het podium van de AB opgeslenterd met zijn Gentlemen of Fortune, een verse kater na een nachtje Amsterdam en meteen ook het perfecte medicijn om die weg te spoelen; een frisse Belgische pint én een fles whisky. Dat leverde hem vanuit het publiek het bizarre compliment op dat hij dronk als Eddie Vedder - “I wish I had his money!” - maar ondanks dat excentrieke gedrag en songtitels als ‘All My Friends Are Alcoholics’ hield dit Australische viertal zich op muzikaal vlak eerder gedeisd. Hun mengeling van blues, pop en rock en dan zeker afsluiter ‘Down Like JFK’ - waar ze werden bijgestaan door Band of Horses’ toetsenist Ryan Monroe - wist aardig wat hoofden, handen en voeten in beweging te zetten, maar liet nooit een écht verpletterende indruk na.
Erg braafjes begonnen ook Band of Horses aan hun set en daarbij putten ze gelukkig niet enkel uit het laatste album ‘Inifinite Arms’, waarop naar onze bescheiden mening veel te weinig buiten de lijntjes gekleurd werd. Opener ‘Evening Kitchen’ werd verrassend gebracht; enkel Tyler Ramsey begeleidde de melancholische stem van Ben Bridwell op gitaar, wat voor een eerste ontwapenende chemie op het podium zorgde. Daarna leek het er echter al snel op dat het grootste euvel van die laatste plaat meteen ook een beetje de domper op het concert zou vormen. Op hun meest recente worp leunt Band of Horses namelijk te dicht aan bij de mainstream en zodoende nam titelnummer ‘Infinite Arms’ een aangenaam zweverige start, maar begon met te lange, weinig meeslepende gitaarinterventies al snel te vervelen.
Het weidse ‘Factory’ wist enigszins te charmeren, maar toch werden we pas echt wakker van ‘Cigarettes, Wedding Bands’ - niet toevallig van hun tweede langspeler ‘Cease to Begin’. Helaas gingen de emoties in Bridwells stem een beetje verloren in het gitaargeweld en spatte het spelplezier dat de band duidelijk in overvloed beleefde nog niet helemaal op het publiek over. Daarvoor was het wachten op ‘The Great Salt Lake’, dat rockt, zweeft en ontroert tegelijkertijd en bovendien een geweldig gevoel voor timing vereist - getuige daarvan de overenthousiaste fan die het refrein een tikkeltje te vroeg inzette. Kippenvel kwam er meteen daarop met ‘Is There a Ghost’ en ook ‘Islands on the Coast’ klonk snedig en uitgelaten - alleen spijtig dat Bridwell de hoge noten in het refrein niet altijd even feilloos aansloeg.
Vooral in de tweede helft van het concert werd gretig naar ouder materiaal teruggegrepen, wat voor een reeks opeenvolgende hoogtepunten zorgde. Tijdens ‘The General Specific’ waanden we ons even aan een kampvuur en konden we het niet laten simultaan met Bridwells tamboerijn ook onze handpalmen te verenigen en het sowieso al intens mooie ‘Part One’ kreeg een bloedstollend uitgesponnen finale. Ballade ‘No One’s Gonna Love You’ deed ons even geloven dat Band of Horses - ondanks het wandelend kleurboek dat Bridwell wel lijkt te zijn - vooral niet te hard moet proberen te rocken, maar meteen daarop was er het stomende duo ‘Ode to LRC’ en ‘Wicked Gil’ om ons van ons ongelijk te bewijzen.
Klassieker in wording ‘The Funeral’ kondigde Bridwell aan als “our fake last song” en na een wel erg lange pauze werd eerst nog de jarige roadie door de hele AB in de bloemetjes gezet, waarop eersteling ‘Everything All the Time’ alleen verantwoordelijk was voor bisnummers ‘The First Song’ en het herhaaldelijk aangevraagde ‘Monsters’ - “Stop calling us that, it’s not polite” grapte Bridwell nog. Tekenend wel dat Band of Horses nieuwer materiaal ontweek in de finale van het concert, alsof het kwintet uit Seattle ook zelf besefte dat de bravere nummers uit hun laatste plaat er uiteindelijk voor zorgden dat deze passage in de AB als meer dan degelijk, maar verre van altijd overdonderend geboekstaafd zal staan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten