vrijdag 26 november 2010

Beter dan Wiki


Over de doden niets dan goed, dus valt het ons nogal moeilijk om een review te schrijven van ‘An Introduction to ... Elliott Smith'. De goede man - God hebbe zijn ziel - schrééf nu eenmaal breekbare, intieme en toch overweldigende songs, en we kunnen het er allemaal over eens zijn dat hij te vroeg gestorven is. Met het nodige gevoel voor dramatiek ook. Maar of deze verzamelaar van Kill Star Records, het voormalige label van de harakirikunstenaar bij uitstek, ook effectief een meerwaarde in onze platenkast vormt, is nog maar de vraag.

Bij zulke initiatieven kan uiteraard eeuwig gekibbeld worden over welke nummers overbodig zijn en welke eigenlijk niet hadden mogen ontbreken. Zo vragen wij ons bijvoorbeeld af waar het ontwapenende ‘Say Yes' of de heerlijke woordenstroom van ‘Memory Lane' - "uncomfortable apart, it's all written on my chart" - gebleven zijn, maar dat is eigenlijk naast de kwestie. Met ‘An Introduction...' wil Kill Star Records in de eerste plaats een nieuwe generatie muziekliefhebbers onderdompelen in het oeuvre van Smith, "providing a pathway for people to delve more deeply into his immensely satisfying catalog". Trouw aan die missie biedt de plaat een breed spectrum aan Smithnummers, van indiedebuut ‘Roman Candle' uit 1994 over het postuum uitgebrachte ‘From a Basement on a Hill' (2004) tot ‘New Moon' (2007), waarop een aantal nooit eerder uitgebrachte opnames gebundeld werden.

Kill Star Records zet zijn inleiding alvast sterk in met ‘The Ballad of Big Nothing' als opener. Dit nummer vanop ‘Either/Or' (1997), in alternatieve middens unaniem als Smiths sterkste album bestempeld, laat een ijl klinkende Smith aan het woord over de drugsspiraal waarin hij verzeild geraakt is, en klinkt met "a tired man with only hours to go, just waiting to be taken away" in retrospect plots heel wat gewichtiger. Het is bovendien hét perfecte voorbeeld van de muziek waar Smith voor staat: een akoestische gitaar, breekbaar gezang en impressionistische lyrics. Smiths nummers vertellen niet zozeer een verhaal, maar proberen eerder een stemming op te roepen.

Vaak tonen die momentopnames de minder mooie kant van de roem, zoals op ‘Angeles', waar het feeërieke gitaarwerk de harde realiteit van het leven in Los Angeles niet kan verdoezelen, of op ‘Between the Bars', waar de tastbare hartenzeer van Smith zich op de snaren van zijn gitaar doorzet, die wel met hem mee lijken te janken. Het leeuwendeel van de nummers op deze ‘Introduction' - naast de drie hierboven ook nog het vrijwel iconische ‘Pictures of Me' en het hypnotiserende gedreun van ‘Alameda' - werd van doorbraakalbum ‘Either/Or' geplukt, maar ook ander werk van Smith komt aan bod. Zij het iets minder uitgebreid.

Vanop debuut ‘Roman Candle' krijgen we bijvoorbeeld enkel ‘Last Call' te horen, maar dat ene nummer toont wel perfect de lange weg die Smith heeft afgelegd. Zijn stem klinkt hier lager, zwaarder dan we van hem gewend zijn, maar de zwaarmoedige stemming - "waiting for sleep to overtake me" - had hij zich ook toen al eigen gemaakt. De engelenstem die we later als die van Smith zouden gaan herkennen, toont zich voor het eerst ten volle op ‘The Biggest Lie', vanop ‘Elliott Smith' uit 1995. Smith zingt hoog, de lyrics kerven zich een weg naar je ziel en het schijnbaar eenvoudige gitaarwerk bevat toch een aantal verrassende variaties.

Dat Kill Star Records voor deze verzamelaar verantwoordelijk is, blijkt wel duidelijk uit de songkeuze. Vanop ‘XO', Smiths eerste worp voor major label DreamWorks uit 1998, krijgen we maar één nummer. Gelukkig is dat wel het wondermooie ‘Waltz # 2', met een intro waar golf per golf nieuwe instrumenten opduiken om voor een wervelend samenspel van gitaar, piano en subtiele drums te zorgen. Ook van zijn latere werk - ‘Figure 8' en ‘From a Basement on a Hill' - is betrekkelijk weinig te bespeuren, waardoor deze ‘Introduction' beperkt blijft tot net dat. Een inleiding, waarna de nieuwsgierige luisteraar hopelijk zelf de tijd neemt het oeuvre van Elliott Smith te verkennen.

Overigens wel hoedje af voor Kill Star, dat een plaat van een notoire zwartkijker durft te laten eindigen met het ironisch vrolijk klinkende ‘Happiness/The Gondola Man'. "All I want now is happiness for you and me". Dat geluk heeft hij helaas nooit gevonden, waardoor wij ongetwijfeld nog talloze geniale platen mislopen zijn.

maandag 22 november 2010

Because you named me as your lover, I thought I could be anything

Zijn jeansbroek spant zo hard dat zijn kindergeld er ongetwijfeld bij inschiet - pun intended - en in wezen is hij verre van boomlang, maar toch tekende The Tallest Man On Earth voor hét concert van Pukkelpop 2010. Samen met horden pubermeisjes trokken wij zaterdag dus naar de Botanique om nog eens weg te dromen in de ogen van Kristian Matsson, maar eerst nog het voorprogramma. Idiot Wind mag haar artiestennaam dan wel bij Bob Dylan gaan halen zijn, aan haar songs moet ze nog wat schaven. Hetzelfde geldt voor haar garderobe, want dat korte rokje kroop vervaarlijk omhoog terwijl ze zenuwachtig achter haar klavier heen en weer schuifelde. We hoorden flarden Norah Jones, een vleug Regina Spektor, maar vooral te veel galm op de piano en een pak nummers die onderling perfect inwisselbaar waren. 

Ook de hoofdschotel van de avond moest het doen met zijn stem en één instrument - afwisselend een van zijn 4 gitaren of de piano - maar The Tallest Man On Earth slaagde er wel in 16 nummers te brengen met een onmiskenbaar eigen sound. Al na de eerste noten werd elke song - naar eigen zeggen zowat allemaal over “birds and mountains” - door een zeer devoot publiek herkend en al snel kreeg de Grootste alle handen op elkaar. Met ‘I Won't Be Found’ toonde Matsson bovendien dat hij aan oudere nummers durft sleutelen: de snaren klonken warmer dan op plaat, er zat -nog- meer variatie in het gitaarspel, maar op lyrics als “never used the sun to see the light” schreeuwde hij als vanouds zijn stembanden stuk.

Dat toegewijde publiek heeft The Tallest Man On Earth dan ook niet enkel te danken aan zijn songs - al valt daar bitter weinig aan op te merken - maar ook en misschien vooral aan zijn onvoorwaardelijke overgave op het podium. Als een bizarre mengeling van een kalkoen en een flamingo nam hij elk hoekje van het podium in, hij deinsde er niet voor terug om een aantal gelukkigen op de eerste rij indringend in de ogen te kijken en wanneer hij op ‘Thousand Ways’ zong “If I don’t get you in the morning / by the evening I sure will’, probeerde hij de hele Botanique ook écht daarvan te overtuigen. 

Onze liefde voor Matsson gaat terug op ‘Pistol Dreams’, dat meteen uit de band sprong op de soundtrack van de Zweedse televisieserie ‘Upp till kamp’ en ook vanavond wist deze indrukwekkende woordenstroom en dito wervelwind van gitaar ons omver te blazen. Nauwelijks rechtgekropen na die pletwals, kregen we met ‘Love Is All’ alweer een dreun van jewelste. Tijdens het stemmen van zijn gitaar schiep The Tallest Man een dreiging die de haartjes op onze arm deed rechtstaan en die vreemde grijns om zijn lippen - hij speelde het hele nummer met de ogen toe - liet dat nog even zo. “Sorry If I seem angry or something, I’m not. It’s just the song”, excuseerde hij zich achteraf voor zoveel inleving.

Misschien zat het Belgische bier er voor iets tussen, maar The Tallest Man On Earth was in de Botanique opvallend spraakzaam. Hij excuseerde zich uitgebreid voor het langdurige stemmen van zijn verschillende gitaren - inderdaad een werkpunt - en bracht ook de nodige zelfrelativering aan de dag in zijn bindteksten. ‘King of Spain’ werd aangekondigd als “exactly the same song as ‘Love Is All’, with just a little more dancing. Maybe that just makes it creepier”. De zaal kreeg hij met deze klassieker in wording alvast helemaal mee; hij liet zijn tong heerlijk vettig rollen op “because you named me as your llloverrr” en stampte zo enthousiast met zijn voeten dat we het podium letterlijk voelden daveren.

Daarna even tijd voor een rustpunt in de set - “to see if it’s not just the dancing, it’s the songs also” - dat met een door merg en been gaand ‘Tangle in this Trampled Wheat’ sterk werd ingezet, maar met ‘Like the Wheel’ toch even stilviel. Hij mag dan nog op de piano van Roxette (!) spelen, wij horen Kristian Matsson toch het liefst aan het werk op de gitaar, die hij gelukkig weer bovenhaalde voor absolute stamper ‘The Gardner’. Bovendien ook een staaltje van exquise songwriting en niet zomaar een “song about flowers”, zoals hij zelf beweerde.

Aan het eind van de avond vroeg de beminnelijke Zweed nog maar eens onze vergiffenis voor alle “sad, shitty songs” en beloofde ons op een vrolijke noot naar huis te laten gaan. Magie volgde toen hij Amanda van Idiot Wind uitnodigde voor het duet ‘Thrown Right At Me’ en tenzij Matsson een geniaal acteur is, meenden wij daar echt een verliefd koppel aan het werk te zien. Wanneer hij daarna ook nog eens biste met het breekbaar mooie ‘The Dreamer’ en ‘Kids on the Run’, waar de piano dit keer wel de juiste snaar raakte, werd de hele zaal muisstil en bleef het kippenvel ons nog een hele treinrit naar huis achtervolgen.

woensdag 17 november 2010

Over scottish en andere mazurka's

Geitenwollen sokken ga ik nooit beginnen dragen en ik ga nu ook niet plots stoppen mijn haren te wassen, maar soms hebben die hippies wel goede ideeën*. Boombal is er zo eentje van.

Na lang aandringen had een goede vriend me ervan kunnen overtuigen het fenomeen gisteren ook een kans te geven en ik moet zeggen dat het me bevallen is. Het concept is eenvoudig: een groepje met de nodige accordeons, doedelzakken en andere exotische instrumenten zorgt voor live muziek en iedereen danst met iedereen. Opgelegde dansen dan nog, die je aan het begin van de avond tijdens een korte initiatie aangeleerd krijgt.

Voor sommigen onder jullie klinkt dit waarschijnlijk als de hel en ik moet toegeven dat ik zelf ook mijn twijfels had. Het kumbaya-gehoogte ligt er inderdaad een tikkeltje hoger dan op de gemiddelde fuif in de Culture Club, maar er liep heus niet enkel langharig, werkschuw tuig rond. Wel een heel gevarieerd publiek en dus ook mensen die totaal niet kunnen dansen, wat de nodige hilarische taferelen, maar vooral veel solidariteit oplevert. Het is minder pijnlijk om en masse te staan sukkelen op een mazurka of een scottish en beetje bij beetje leert iedereen de basis wel.

Zeker als je een goede leermeester hebt, en die had ik. En geef toe, meisjes, wat is er leuker dan eens stevig door een man vastgepakt te worden en letterlijk alle hoeken van de kamer te ontdekken? Ik ben volgende keer zeker weer van de partij, u ook?

* Excuses voor de overvloed aan vooroordelen. Schrijven is niet alleen schrappen, maar soms ook een beetje choqueren.

In your face, Van Tyghem*

IJverig ventje, die Declan Patrick Aloysius MacManus. ‘National Ransom' is ondertussen al het drieëndertigste album van alter ego Elvis Costello, dus is het hem vergeven dat ‘ie af en toe de mosterd ergens anders gaat halen. Op 'Secret, Profane and Sugarcane' verkende de Brit vorig jaar samen met partner in crime T-Bone Burnett al uitgebreid het countrygenre. Met ‘National Ransom' gaat hij netjes op dat elan verder, om er tegelijk ook aardig wat toetsen bluegrass, rock-n'-roll en folk tegenaan te gooien.


Opener en titelsong ‘National Ransom' is nochtans old school Costello. Een stevig wegrockend nummer waarin hij uithaalt naar de recente bankcrisis, maar eigenlijk gewoon het kapitalisme sinds de crash op Wall Street van meer dan een halve eeuw geleden een serieuze uppercut verkoopt. "1929 to the present" situeert Costello het nummer in een voetnoot, maar gek genoeg is het zowat het enige ‘moderne' accent op een plaat die verder een duik in de muziekgeschiedenis is. Een anachronisme op tijd en stond kunnen wij wel smaken en ‘A Slow Drag with Josephine', dat Costello vaagweg "under the Napoleonic Code" situeert, is alvast het vrolijkste nummer dat wij in tijden gehoord hebben. Het leent niet alleen de heerlijk lome atmosfeer van die tijd, maar met vondsten als "skeddle-daddle-doo" en "my little ballyhoo" ook het jargon. Het gefluit op het einde volstaat zowaar om eigenhandig de opkomende herfstblues weg te jagen.

Op zo'n muzikale tijdreis moet je onvermijdelijk ook je helden eren. ‘Dr. Watson, I Presume' is naast een geniale titel en een historische verwijzing voor de quizzers onder ons ook een ode aan bluegrass-legende Doc. Watson. En vooral een ijzersterke song waar Costello als rasechte verteller een heel universum schetst, summier maar doeltreffend toongezet op enkele rake gitaarslagen. Ook ‘Bullets for the New-Born King' is zacht en ingetogen, maar raakt toch de kern van onze ziel als het relaas van een moordenaar met spijt. ‘Jimmie Standing in the Rain' is ten slotte een novelle hors catégorie, waar de warme gloed van Costellos stem en de subtiele toetsen viool en trompet perfect het refrein - "Forgotten man, indifferent nation, waiting on a platform in a Lancaschire station" - begeleiden.

Helaas kruipt niet elk verhaal dat Costello vertellen wil even hard onder de huid. Een droge voetnoot - "The London Underground, 22nd of July, 2005" - maakt ons meteen diets dat het in ‘One Bell Ringing' serious business is. Het relaas van de Braziliaan die in volle terreurparanoia in de Londense metro werd neergeschoten, heeft een soort inherente dreiging in zich - versterkt door Costello die naarstig op de snaren plengt - maar leidt uiteindelijk nergens naar. Ook bij ‘That's Not the Part of Him You're Leaving' is dat ene vage lijntje waar Costello het nummer situeert - "On the Road Between Dismal and Discouraged. Right Now" - veelzeggender dan de muziek zelf. Het is een mindere versie van ‘Stations of the Cross', dat met zijn minimalistische spatten piano zelf ook al een eerder flauw afkooksel was van oudere kleppers als ‘Shipbuilding'. Of wat dan te denken van ‘I lost You' en ‘The Spell That You Cast', die allebei verraderlijk vrolijk klinken, zonder ooit maar in de buurt van een climax te komen? Een normaal mens zou na gedumpt te worden ook niet meteen uitbarsten in een partijtje line dance, maar ons aller Elvis blijkbaar wel.

Volgens de legende hebben Costello en co. het hele album in een schamele 11 dagen ingeblikt in een studio in Nashville, en ergens is dat er ook aan te merken. Niet dat het één zootje ongeregeld is of dat er enkel slechte nummers op staan - verre van zelfs - maar all in all lijkt het meer een gezellig potje jammen onder vrienden dan een voorzichtig uitgekiend geheel. ‘National Ransom' is een overweldigend kleurrijk mozaïek van muzikale stijlen, maar dan wel ééntje waar je niet te lang naar kan staren zonder er koppijn van te krijgen.


* nu maar hopen dat hij het niet leest

zaterdag 13 november 2010

Mellon Collie and the Infinite Sadness



De titel van dit bericht is - naast één van de betere albums van de nineties - ook gewoon een vrij accurate beschrijving van hoe ik me momenteel voel. U leest het goed, weer geen post over cultuur of actualiteit, wel eens heerlijk diep in mijn persoonlijke leven graven. Geen zorgen, hier niets over mijn seksuele of andere uitspattingen - de hele klas leest tenslotte mee - wel  wat mijmeringen over een gevoel dat iedereen wel eens overvalt.

Melancholie is volgens ons aller Wikipedia "een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen", vandaag perfect op mij van toepassing. Niet dat ik nu overweeg mezelf van een brug te gooien - de enorme plassen water onderaan zouden waarschijnlijk toch mijn val breken, wat een rotweer - maar 13 november 2010 zal de annalen niet ingaan als dé dag waarop ik mijn leven in handen nam.

Het gaat nochtans niet slecht met mij, ik zou zelfs durven zeggen dat het goed gaat. Ik zit min of meer op schema met mijn schoolwerk, heb daar in Brussel toch al wat aangenaam volk leren kennen en bovendien begint mijn toekomst - die me al heel wat slapeloze nachten heeft opgeleverd - eindelijk in de plooi te vallen. Vier jaar werkzekerheid en in september al meteen een tripje richting Finland, ik ken menig academicus die me daarvoor benijdt. Elk zinnig mens zou me erop wijzen dat deze vergeten parel van Timbuk 3 eigenlijk beter van toepassing is.

Maar daar wringt het schoentje: melancholie is geen rationeel gevoel - al is dat op zich ook een oxymoron - en ik al evenmin een rationeel mens. Vrouwendag en de hele feministische beweging ten spijt zijn er nu eenmaal verschillen tussen man en vrouw, en niet alleen wat onze omgang met de strijkplank betreft. Zo heel af en toe houden wij er wel van ons in de nodige portie zelfmedelijden te wentelen en als je even uit het raam kijkt, is de conclusie snel getrokken dat vandaag daarvoor de uitgelezen dag is.

En dus denk ik niet na over de best wel aangename toekomst die me voorgeschoteld wordt - in de komende week alleen al twee concerten, een quiz en mijn allereerste Boombal - wel over het grotendeels nog aangenamere verleden dat ik nooit meer terug krijg. De fout die je dan absoluut niet mag maken, maak ik steevast toch. Oude liefdesbrieven - of ja, mails en sms'n - worden opgerakeld en dan blijkt al snel dat vandaag een verloren dag wordt. Geen bibliotheek wordt vandaag bezocht, geen recensie of artikel geschreven, zelfs geen sjaal gebreid.

Maar kom, het heeft tenminste een blogpost opgeleverd. En nu ga ik met een kop warme chocolademelk doelloos uit het raam staren. Met de Smashing Pumpkins op de achtergrond.

zaterdag 6 november 2010

Easy Money

Juist, ik ging het hier eigenlijk over cultuur hebben. Voorlopig weinig van te merken, wat daarom nog niet hoeft te betekenen dat ik de laatste weken als een ware cultuurbarbaar enkel naar Thuis heb gekeken. Integendeel, ik weet amper hoe het ondertussen zit tussen Frank en Simonneke maar heb wel een aantal geweldige cd's ontdekt. Niets dan lof bijvoorbeeld voor de zinderend geile, genadeloos rockende tweede van Grinderman of het hartverscheurende debuut van Perfume Genius. Maar eerlijk is eerlijk, daarover schrijven mijn collega's bij Digg* met meer expertise dan ik het ooit zou kunnen. Oordeel vooral zelf, want Write About Love, de nieuwste van Belle and Sebastian is daar zo vakkundig mogelijk door mij onder de loep genomen. En aangenaam swingend, maar net iets te weinig meeslepend bevonden.

Ook boeken heb ik gelezen, zoals daar zijn het satirische Kan du säga schibbolet? van de Zweedse Marjaneh Bakhtiari. Helaas spreken bitter weinig lezers van deze blog de taal van Pippi Långstrump en lijkt het me dus zinloos daar mijn - en jullie - kostbare tijd aan te wijden. Om de taal die ik 4 jaar lang met verbazingwekkend weinig bloed, zweet en tranen gestudeerd heb toch niet helemaal te verwaarlozen, dan maar een Zweedse film - die dingen hebben tenminste ondertitels. En wel één die gebaseerd is op een boek dat bovendien wél naar het Nederlands vertaald is, zoals dat met bestsellers wel eens vaker het geval. Snabba Cash - in het Nederlands nogal lullig vertaald als Snel Geld - schetst met veel expertise de verschillende lagen van de onderwereld in Stockholm - auteur Jens Lapidus is advocaat van beroep en weet dus waarover hij schrijft. In een mozaïek van verschillende fragmenten  volgen we de drie hoofdpersonages. Mrado is een belangrijke schakel in de Joegoslavische maffia,  Jorge is net uit de gevangenis ontsnapt en plant een laatste grote deal om zijn vlucht naar het buitenland te kunnen bolwerken en JW is de snob - niet toevallig student economie - die in de drugshandel verzeild raakt om zijn dure uitgaansleven op Stureplan, de Stockholmse place m'as tu vu, te financiëren.

In ware Magnoliastijl raken de levens van de drie pionnen steeds strenger verstrengeld - die drugs moeten ze tenslotte ergens halen. In de roman schetst Lapidus het doen en laten van elk van hen in een andere schrijfstijl, een ander dialect. In de film resulteert dat gewoon in een verwarrende opeenvolging van scènes, waar het moeilijk is een lijn in te trekken zonder het boek gelezen te hebben. De openingsscène is er anders wel meteen boenk op: Mrado besluit de buitenwippers van een nachtclub aan de tand te voelen - en dat mag u heel erg letterlijk nemen - over een eventuele samenwerking. Dat levert bloederige beelden op, die je liever niet van op de eerste rij van de cinema meemaakt, geloof me. In dezelfde schokkerige camerastijl volgen we Jorges great escape en JW's veroveringstocht in de bars van Stockholm, maar het duurt even voor je het opzet van het verhaal begrijpt. Spanning te over, verpletterende gevechten en een geweerschot hier en daar, maar weinig diepgang. Een boek heeft nu eenmaal meer woorden om de gedachtengang van zijn personages duidelijk te maken, terwijl een film die drijfveren op een heel andere manier aan het publiek moet overbrengen.

Er zitten wel degelijk een aantal ontroerende scènes in de film, waar vooral het samenspel tussen Mrado en zijn dochter die hij tegen wil en dank onder zijn hoede krijgt een gevoelige snaar raakt. Maar de licht ontvlambare relatie tussen JW en rijkeluisdochter Sophie deed me hoegenaamd niets en daar waar ik het bij het lezen van het boek vooral voor underdog Jorge had, kon zijn bewegende versie amper sympathie opwekken. De film gaat pas echt in de fout door te veel aan het oorspronkelijke verhaal te rammelen. JW's verdwenen zus speelde in de roman een cruciale rol in de ontknoping, maar duikt in de film amper op. Tot het spelletje gedaan is en elke schakel in het drugsnetwerk in de gevangenis, het vagevuur of een vliegtuig richting vrijheid zit - connect the dots zelf maar - en de film abrupt eindigt met het beeld van een meisjesnaam, getatoeëerd op een mannenarm.

Blijkt nu dat die piste niet domweg vergeten is, maar bewust opgespaard voor een sequel die er eigenlijk helemaal nooit hoefde te komen - alle andere losse eindjes zijn netjes aan elkaar geknoopt. Geldzucht heeft blijkbaar zelfs het idealistische Zweden bereikt en om nog wat zout in de wonde te strooien zijn de filmrechten ondertussen ook al aan het Amerikaanse Warner verkocht. Kers op de taart?
Zac Efron
 in de rol van JW. Weer een film die ik al zeker níet hoef te zien,
spaart me 9 euro.

donderdag 4 november 2010

Man man man



Nick Cave is niet meteen moeders mooiste, al zeker niet nu hij het in zijn hoofd heeft gehaald om die snor weer te laten groeien. Maar liefdesliedjes als dit mag hij ook voor mij altijd eens komen zingen.

Ooit, als ik veel tijd en dito inspiratie heb, maak ik van deze blog een ode aan mijn muzikale helden. Cave staat prominent bovenaan die lijst, laat dat duidelijk zijn.