zaterdag 18 december 2010

Billy Elliot op speed

Op weg naar de AB moest menig pendelaar een ware sneeuwstorm trotseren en misschien zaten de stevig onderkoelde voetjes er wel voor iets tussen, maar er werd  donderdag in de Brusselse concertzaal aardig wat rondgehost. Het publiek was gekomen om zich te warmen aan de zomerse deuntjes van The Drums, maar ook het dubbele voorprogramma kreeg de aarzelend toestromende meute in beweging. 

Zo zagen drie man, een paardenkop en ondergetekende het Deense duo Champagne Riot een heuse eighties revival starten. Muzikaal zat het met bitterzoete melodieën wel snor, maar aan de podiumprésence mag nog wat gewerkt worden. Of we zouden bijna gaan geloven dat het muzikale brein doodleuk patience aan het spelen was op zijn laptop. Hoewel hij over ‘Stage Fright’ zingt, was daar bij de tweede act van de avond weinig van te merken. Patrick Cleandenim kwam het podium opgeschreden als een incarnatie van de dood uit Bergmans ‘Seventh Seal’, maar dan met cowboyhoed. Ook hier één en al eighties wat de klok sloeg, al was dat decennium plots nog een pak donkerder getint. Wij onthouden vooral het dramatische ‘Little Baby Party’ - elk nummer waarin Béla Lugosi opduikt, heeft bij ons namelijk een streepje voor.

Qua over the top performance kan echter niemand tippen aan Jonathan Pierce. De frontman van The Drums leek in zijn trainingsvestje vervaarlijk op cultheld Pico en deed ons met zijn absurde danspasjes en algehele overgave nog het meest denken aan Billy Elliott op speed. Een toevallige passant zou bijna vermoeden op de audities voor ‘So You Think You Can Dance’ verzeild te zijn, want ook gitarist Jacob Graham fladderde als een bezetene over het podium. Het oog wil ook wat en kreeg dat zeker met de capriolen van de stichtende leden van The Drums, maar uiteindelijk moest er toch vooral muziek gemaakt worden.


En daar wrong af en toe het schoentje, want het concert ontaardde al snel in chaos. Openingstrio ‘Best Friend’, ‘Submarine’ en ‘Book of Stories’ was moeilijk van elkaar te onderscheiden en op ‘Make You Mine’ verzonk de stem van Pierce bijna volledig in de kakofonie van de andere muzikanten. Al schreeuwde die laatste zich nog zo de ziel uit het lijf en was het ons niet helemaal duidelijk of en hoe gitarist Graham er in godsnaam in slaagde zijn getrippel ook effectief met getokkel te combineren. Zomerhitje ‘Let’s Go Surfing’ - één van de twee nummers die de overstap van EP naar album overleefd hebben - zorgde een eerste keer voor ambiance en tijdens ‘I Need Fun In My Life’ dook Pierce halvelings het publiek in. 

Tijdens ‘Don’t Be A Jerk, Johnny’ moest even van die bokkensprongen bekomen worden. Het nummer werd ingehouden en beheerst gebracht - voor zover dat met het repertoire van The Drums te rijmen valt- en zorgde daardoor voor het eerste echte hoogtepunt. ‘Forever and Ever Amen’ werd dan weer energiek en overtuigend gebracht, en opgedragen aan het nog steeds enthousiast rondspringende publiek. Afsluiten deden The Drums met het melancholische ‘We Tried’, waarvan de tekst - “Where will we go when we get old?” - ons vooral deed afvragen of Pierce en co. binnen pakweg 10 jaar nog altijd zulke spring-in-’t-velds zullen zijn.

Ons niet gelaten, mens sana in corpore sano weet u wel. Alleen mogen we hopen dat ze tegelijk een beetje aan het samenspel binnen de groep werken, zodat hun nummers live ook even zomers klinken als op plaat. Tijdens bisnummer ‘Down By the Water’ vergastte Graham ons zelfs op een staaltje interpretative dance om U tegen te zeggen, maar het is een teken aan de wand dat het vooral die danspasjes zijn die ons nog wel even zullen bijblijven. Wat de muziek betreft niet meteen een passage voor de geschiedenisboeken.

Oh, en voor wie die danspasjes zelf eens wil beoordelen, hieronder alvast de clip voor Best Friend. Al is het live nog minstens 10 keer erger.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten