Consternatie alom, toen ik vanochtend voor de spiegel een eerste grijs haar in mijn verder weelderige haardos bespeurde. Mijn lichaam probeert me duidelijk te maken wat mijn hoofd al een tijdje probeert te onderdrukken: ik word oud. De rimpels op mijn voorhoofd zijn voorlopig op de vingers van één hand te tellen en ook de rollator kan ik nog even achterwege laten, maar 23 lentes is toch niet niks. Om van die zomers, herfsten en winters nog maar te zwijgen.
Toen ik nog een ukkie was, waren mensen van 23 voor mij bejaarden die bij de minste opwinding naar hun stoma moesten grijpen - al kende ik dat woord hoogstwaarschijnlijk nog niet. Ook toen ik de gezegende leeftijd van 13 bereikt had en mezelf dus tot het rijk der tieners mocht rekenen, leek iedereen die al 23 jaar op deze aardbol rondzwierf, op zijn minst een echtgenoot en meestal ook het nodige nageslacht vergaard te hebben. En zelfs op mijn achttiende verjaardag - toen ik alvast officieel meerderjarig werd - had ik lichtjes andere plannen in het achterhoofd voor mijn 23-jarige zelve. Een job, een huis en liefst ook iemand om dat samen met mij te bewonen, dat leek me nu niet meteen te veel gevraagd.
Wel, is me dat even anders uitgedraaid. Na bijna 6 jaar studeren heb ik wel 3 diploma’s op zak, maar ik woon nog steeds op een armtierig kot. Zonder man om de afwas te doen of het gras af te rijden - misschien nog een geluk dat ik niet vaak zelf kook en geen tuin heb. Maar er is beterschap in zicht, want vanaf september 2011 wordt mijn Gentse alma mater ook officieel mijn werkgever. Een aantrekkelijk salaris durf ik best een goede stap noemen in de richting van een eigen appartement en als ik dat gezellig inricht - en wat aan mijn kookkunsten schaaf - komt er ooit wel iemand dat lege plekje naast mij in bed opvullen.
September 2011 begint dus ook voor mij het Echte Leven. Alleen staan die hoofdletters daar niet om aan te tonen hoe hard ik sta te popelen om volwassen te worden, maar eerder om dat hele gedoe toepasselijk naast andere horrorklassiekers als Dracula en Frankenstein te klasseren. Een job brengt niet alleen geld mee, maar plots ook angstaanjagend veel verantwoordelijkheid. Zorgen ook wel. En laat dat nu net iets zijn waar ik voorlopig in ware Peter Panstijl in een grote boog omheen gelopen ben. Als veredelde anderhalve meter heb ik de hoop ooit letterlijk groot te worden al lang opgeborgen, maar ook figuurlijk hoeft het voor mij zo’n vaart niet te lopen.
Ik heb nog minstens 41 jaren te gaan als werkmens en er wacht me nog een heel leven om een zielsgenoot te vinden, daar kindjes mee te maken en dan te besluiten dat hij tóch niet zo bij me past en er een nieuwe te zoeken. Laat me dus nog maar even onbezonnen student en single zijn. Mijn grootste zorg - op die dreigende deadline na - is wat straks de pot schaft. Mamaaaaaa?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten