Toen ik nog jong was - klein ben ik helaas altijd gebleven - kregen we op school de opdracht een roos te tekenen. Het moet in het derde of het vierde leerjaar geweest zijn en ook toen al wou ik steevast de beste van de klas zijn, alleen ben ik nooit een tekentalent geweest. Uren heb ik aan die tekening gezwoegd, stilaan vergaarde de keukentafel decigrammen gomsel en nog was ik niet tevreden. Heel even overwoog ik om mijn broer het werkje te laten opknappen - dat had ik eerder ook al gedaan toen we de schier onmogelijke taak kregen een konijn op papier tevoorschijn te toveren, maar die bleek zoals wel vaker spoorloos verdwenen te zijn. Ondertussen sloop bedtijd vervaarlijk dichterbij en op die leeftijd had ik het concept nachtje door nog niet ontdekt, laat staan dat ik mijn ouders van het nut ervan had kunnen overtuigen. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan een laatste poging, nu met de intentie gewoon in één ruk door te tekenen en dat schamele restje gom te laten voor wat het was. Et voilà, nog geen twee minuten later viel op mijn blad een best wel aanvaardbare interpretatie van een roos te bewonderen. Dali hierboven was nog nét van een andere categorie, maar het was in elk geval by far het beste wat ik die avond uit de mouwen van mijn pyjama had geschud. En wat leert ons dat, beste lezer? Naast het feit dat een schilderscarrière niet voor mij is weggelegd, toch vooral dat je soms echt té hard je best kan doen, té perfect kan willen zijn. Een wijze les die ik zelfs als tienjarige uk begrepen had, maar helaas nog niet altijd heb leren toepassen. Ook vandaag ben ik diep van binnen nog een pietje precies en in wat voor mij echt belangrijk is, geldt nog steeds: It's got to be perfect! Dan heb ik het niet zozeer over die beruchte Mr. Perfect waarvan ik ondertussen weet dat hij niet bestaat of over hoe de groenten voor de spaghetti gesneden moeten zijn - al blijf ik kieskeurig over wie de wortels schillen mag, wel over mijn schrijfsels. Voor alle opstellen die ik heb mogen schrijven en herschrijven heb ik er tonnen papier doorgejaagd en het regenwoud mag zich gelukkig prijzen dat ik voor het schrijven van mijn bachpappen en thesis ondertussen de tekstverwerker ontdekt had. Elk woord wordt bij mij gewikt en gewogen, elke zin, metafoor of retorische vraag meermaals herkauwd tot het helemaal goed zit. En dat kan soms bijzonder lang duren.
Wanneer Andrew Sullivan het bijhouden van een blog als "the spontaneous expression of instant thought" omschrijft, slaat hij de bal er dan ook op zijn Boussoufa's naast. Toch wat mij betreft, want achter die drie schamele posts hieronder gaat behoorlijk wat denkwerk en schandalig veel tijd schuil. "You can't have bloggers block" beweert Sullivan, tien jaar geleden één van de eerste politieke commentatoren die het bloggen ontdekte, maar wat hieronder te lezen valt, staat er toch vooral omdat het moest. Niet dat ik het nut van deze oefening ontken, want ik ben één van de eerste om het elitaire karakter van het schrijven ter discussie te stellen. Voor mij is schrijven in de eerste plaats een stiel, waarvoor je weliswaar een zekere aanleg moet hebben, maar die zoals elke andere aan te leren valt. Oefening baart kunst, om maar eens een huizenhoog cliché boven te halen - maar wel ééntje dat ook daadwerkelijk staat als een huis. De komende weken probeer ik hier wat vaker iets te posten en me net iets minder lang bezig te houden met het eindresultaat, want deze blog is voor mij vooral een laboratorium, waar ik wat met mijn schrijven kan experimenteren.
De perfectionist in mij huilt zilte tranen, maar zelf hoop ik vooral dat er geen explosies van komen...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten